Wet- en regelgeving

Algemeen

Hoge geluiddrukniveaus kunnen bij langdurige blootstelling gehoorbeschadiging veroorzaken.

Aan de hand van de aanbevelingen zoals opgenomen in de NEN-ISO norm: ‘Bepaling van de beroepsmatige blootstelling aan geluid en het schatten van de door geluid veroorzaakte gehoorbeschadiging’ van april 1990, ref.nr.: NEN-ISO 1999, kunnen normen gesteld worden met betrekking tot de geluiddrukniveaus waaraan het oor gedurende bepaalde tijd kan worden blootgesteld, zonder dat (statisch bezien) kans op blijvende gehoorbeschadiging optreedt.

De kans op blijvende gehoorbeschadiging is afhankelijk van de hoogte van de geluidniveaus waaraan het gehoor wordt blootgesteld, en de duur van blootstelling aan die niveaus (dB(A)-waarden versus expositietijd). Uiteraard zijn het statistische gegevens, ‘zwakke’ oren zullen eerder beschadigd worden, terwijl ‘sterkere’ oren een langere tijd aan een hoog geluidsniveau kunnen worden blootgesteld.

De toelaatbare expositietijd per etmaal neemt overigens toe bij niet-permanente blootstelling van het gehoor aan hoge geluidsniveaus. Het is dan wel noodzakelijk dat het gehoor in de pauzes tussen de perioden van lawaai-expositie gelegenheid krijgt zich te herstellen. Dit geschiedt wanneer de geluidniveaus tijdens de pauze laag zijn. Is dit niet het geval en wordt het gehoor slechts aan wisselende (maar hoge) geluidsniveaus blootgesteld, dan zal de gehoorbeschadiging groter zijn dan op grond van het cumulatieve effect van de verschillende niveaus te verwachten zou zijn.

Gevolg is dan ook dat bij personen die slechte een betrekkelijk korte tijd op rustige plaatste blijven (met echter toch nog een relatief hoog geluidniveau), op den duur een zekere gehoorbeschadiging geconstateerd zal worden.

Een dergelijke gehoorbeschadiging kan, zoals bekend, een ernstige sociale handicap betekenen.

Wettelijke bepalingen

Per 1 juli 1997 zijn in het kader van de Arbowet van kracht geworden het Arbo-besluit en de Beleidsregels.

In het Arbo-besluit zijn voorschriften opgenomen omtrent het aspect geluid, die als doel hebben slechthorendheid als gevolg van schadelijk geluid op het werk te voorkomen. Het Arbo-besluit is ten aanzien van geluid op de arbeidsplaats met ingang van 15 februari 2006 gewijzigd. OP basis van het Arbo-belsuit zijn o.a. de volgende voorschriften van toepassing.

De dagelijkse blootstelling (geluidsdosis) van werknemers dient beoordeeld en, indien overschrijding van de schadegrens van 80dB(A) optreedt, gemeten te worden. Een en ander maakt deel uit van de wettelijke verplichte risico-inventarisatie en –evaluatie (RIE). Deze metingen dienen periodiek herhaald te worden.

Bij overschrijving van dagelijkse blootstelling van meer dan 85 dB(A) of een piekgeluiddruk van 140 Pa moeten de werkgever technische maatregelen (zoals aanpassing van machines, werkzaamheden en werkruimten) treffen om het niveau tot deze grens terug te brengen. Indien dit in redelijkheid niet kan worden gevergd, moeten organisatorische maatregelen worden getroffen ter beperking van de blootstellingduur en/of het aantal werknemers, dat aan schadelijk geluid wordt blootgesteld.

De desbetreffende voorzieningen moeten in een plan van maatregelen vermeld worden.

Indien werknemers worden blootgesteld aan een dagelijkse blootstelling hoger dan 80 dB(A) of van de momentane geluiddruk van 112 Pa (overeenkomend met circa 135dB(C)), dienen doelmatige gehoorbeschermingsmiddelen te beschikking te worden gesteld en voorlichting en onderricht te worden gegeven.

Bij overschrijding van een dagelijkse blootstelling van 85 dB(A) of van de momentane geluiddruk van 140 Pa (overeenkomend met circa 137 dB(C)) zijn werknemers verplicht gehoorbescherming te gebruiken.

De dagelijkse blootstelling, inclusief de dempende werking van gehoorbeschermingsmiddelen, mag in geen geval hoger zijn dan 87 dB(A). Voor de momentane geluiddruk geldt een grenswaarde van 200 Pa (overeenkomend met circa 140 dB(C), inclusief de dempende werking van gehoorbeschermingsmiddelen.

Werknemers die worden blootgesteld aan een geluidsdosisniveau van 80 dB(A) of hoger, dienen in de gelegenheid te worden gesteld regelmatig een audiometrisch onderzoek te ondergaan (bepaling van de gehoorgevoeligheid). Het geluiddosisniveau is het (energetisch gemiddelde) geluidsniveau waaraan een werknemer wordt blootgesteld gedurende een (week)gemiddelde achturige werkdag. Dergelijke audiometrie-onderzoeken worden met tussenpozen van maximaal vier jaar herhaald.

De arbeidsplaatsen waar de dagelijkse blootstelling hoger is dan 85 dB(A), dienen duidelijk afgebakend en gemarkeerd te worden. De toegang tot die plaatsen is beperkt tot degenen die er uit hoofde van hun functie moeten zijn.

Gehoorbeschermingsmiddelen moeten een zodanige demping van het geluid geven, dat de dagelijkse blootstelling op het oor maximaal 80dB(A) is, tenzij dat technisch niet haalbaar is. IN het laatste geval mag de dagelijkse blootstelling in de gehoorgang in ieder geval niet hoger zijn dan 87dB(A).